Fysiotherapie in een praktijk zal uitsterven, want daar is de “Instafysio”.

Instafysio’s zijn selfproclaimed guru’s op het gebied van bewegen en blessure preventie. Equivalent van de fitgirl die opeens ook personal training gaat geven omdat ze zelf vaak traint.

Je hoeft tegenwoordig alleen instagram te openen, #injury te zoeken en de filmpjes van hoe je het beste jezelf kunt behandelen verschijnen op je beeldscherm.

De beste vind ik nog eigen ontwikkelde programma’s met een fancy naam. Iets met kinetic, movement,  anatomy, Physics, en de letter X.

“het werkte voor mij, dus ook voor jou”.

Of gebaseerd op één artikel dat de validiteit heeft van “wij van wc-eend, adviseren wc-eend”.

Wat allen gemeen hebben is het gebrek aan specificiteit.

De patiënt die zich aanmeldt voor het programma krijgt een algemene aanpak van het probleem. Wil je meer kracht, doen we kracht training. Wil je leniger zijn, doen we lenigheidstraining (wat dat ook is). Hoewel de theorie om kracht- en lenigheid te verkrijgen an sich wel klopt, is het niet specifiek voor jou als patiënt.

Context is koning

Een gedegen intake van de periode voorafgaand aan de blessure, onderzoek van de fysieke beperkingen en een daarop gefundeerd specifiek behandel-, trainingsprogramma is noodzakelijk voor optimaal resultaat.

5 Redenen waarom de instafysio je niet van je klachten verlost:

  • dit is de beste oefening tegen schouder pijn
  • foam rolling breekt littekenweefsel af
  • je zit vol met triggerpoints
  • je staat scheef
  • je hebt te korte spieren

Fysiotherapie is (zou ‘t moeten zijn) een samengesteld programma van best practice en recent, valide wetenschappelijk onderzoek dat aantoonbaar resultaat boekt.

Dat is waarom medical tape, dry needling, manipulatie en massage als op zichzelf staande therapieën geen deuk in een pakje boter slaan.

Nog minder deuken slaan foam rolling, soft tissue release gadgets en voodoo flossing.

Er zit een verschil in bewezen effectief, bewezen niet effectief, en niet bewezen effectief.

Kort gezegd: Dat klopt. Je lult. En mweh… zou kunnen.

Het verschil zit ‘m ook in het feit wanneer je de Guru aanspreekt op zijn onjuistheden. Dan krijg je dit.

Guru is boos.

Een wetenschapper zal met argumenten je proberen te overtuigen van wat de wetenschap laat zien, niet wat hij vindt. Hij vindt namelijk niks, maar presenteert enkel de resultaten. En waar de kennis van de wetenschapper zelf ophoudt zal deze antwoorden met “dat heb ik niet onderzocht, vraag m’n collega ff”.

Wetenschap is namelijk geen mening.

Maar een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. Van boven de 95%. Wat ruimte laat voor 5% aan onderzoeken die niet een significant resultaat laten zien. Dus ruimte voor interpretatie. En onzin. En marketing. En debielen.

Bij een meta-analyse van 1000 onderzoeken zijn er dus 50 onderzoeken die de onderzochte relatie niet kunnen bevestigen. En als je iets niet kunt bevestigen, is het dus niet waar. En als je iets niet kunt ontkrachten, is het dus waar. (de inhoud van de twee laatste zinnen klopt dus niet, als je dat nog niet door had).

En het zijn deze onjuistheden waar de guru’s gebruik van maken.

Wetenschappers maken gebruik van de wetenschappelijke methode (hoe toepasselijk) waarin theorieën getoetst worden door fysieke experimenten die te verifiëren zijn door andere wetenschappers. De opzet van het onderzoek is dus reproduceerbaar en de uitkomsten zouden gelijk moeten zijn.

Zo niet, dan is het onderzoek waardeloos, de uitkomsten ook en de hypothese niet bewezen. Wat dus betekent dat het noch waar, noch onwaar is.

Citeren van zo’n onderzoek is hetzelfde als je tante als referentie gebruiken, beginnen met “ik las eens ergens”, op Instagram zag ik, en mijn fysiotherapeut zegt. Kijk hier maar.

Vertrouwen is goed, controle is beter.

Of hard genoeg schreeuwen.

Of die moeilijke vragen stellende fysiotherapeut uitschelden voor bitch.

(Visited 260 times, 1 visits today)